Overzicht van veel gebruikte begrippen bij artikelgegevens

Artikelcodering
Het toekennen van een code aan een artikel waardoor het artikel uniek te identificeren is.

Barcode
Een barcode (ofwel streepjescode) is een voor scanners optisch leesbare code, waarbij cijfers en letters worden voorgesteld door een patroon van lichte en donkere verticale strepen.

Besteleenheid
De eenheid waarin een afnemer zijn bestellingen doorgeeft aan de leverancier. De besteleenheid kan hetzelfde zijn als de consumenteneenheid, maar dat hoeft niet het geval te zijn.

Collo
Afzonderlijk verpakte eenheid, gehanteerd binnen logistiek. Een collo kan een vaste inhoud hebben, maar dit hoeft niet het geval te zijn.

Consumenteneenheid
De eenheid waarin een artikel aan de kassa wordt verkocht. Denk bijvoorbeeld aan een pak met drie stukken zeep of een doos met zes glazen.

Controlegetal
Elke EAN-code bevat een controlecijfer. We spreken ook wel van controlegetal of check digit. Dit controlecijfer is het meest rechtse cijfer van de code. Dit cijfer is het resultaat van een berekening die wordt uitgevoerd over de cijfers op de voorgaande posities van de code. Het controlecijfer is een "ingebouwde controle" in de code. Als een code niet goed gescand is of de cijfers onder de code niet juist zijn ingevoerd, dan geeft het controlecijfer dit automatisch aan: het berekende controlecijfer wijkt dan af van het "gelezen" of ingetoetste cijfer en de code wordt niet geaccepteerd.

EAN13-code
Een wereldwijd unieke code waarmee artikelen geïdentificeerd kunnen worden. De EAN13-codes zijn puur ter identificatie en geven geen informatie over bijvoorbeeld prijs of gewicht. We spreken ook wel van EAN-artikelcode. De internationale benaming voor de artikelcode is GTIN (Global Trade Item Number).

EAN8-code
Een 8-cijferige variant van de EAN-artikelcode waarmee zeer kleine artikelen kunnen worden gecodeerd. De code kan bij EAN Nederland aangevraagd worden als een bedrijf artikelen wil coderen die zo klein zijn dat er geen ruimte is om er een EAN13-code op aan te brengen. De internationale benaming voor een EAN-artikelcode is GTIN (Global Trade Item Number).

EAN-adrescode
Een code waarmee bedrijfsadressen uniek gecodeerd kunnen worden. De code kan zowel betrekking hebben op externe postadressen (bijvoorbeeld een hoofdkantoor, vestigingen en distributiecentra) als interne adressen (zoals afdelingen, laadplatforms en magazijnlocaties). De code heeft dezelfde structuur als de EAN-artikelcode. De internationale benaming voor de code is GLN (Global Location Number).EAN-artikelcode    Een wereldwijd unieke code waarmee artikelen geïdentificeerd kunnen worden. De EAN-artikelcodes zijn puur ter identificatie en geven geen informatie over bijvoorbeeld prijs of gewicht. We spreken ook wel van EAN13-code. De internationale benaming voor de artikelcode is GTIN (Global Trade Item Number).

Handelseenheid
Elke eenheid (product of dienst) die een bepaalde prijs kan krijgen of besteld of gefactureerd kan worden binnen de logistieke keten. Een handelseenheid kan een losse consumenteneenheid zijn, maar ook een samenvoeging van meerdere consumenteneenheden.

In-store code
EAN heeft een reeks systeemcodes gereserveerd voor gesloten of beperkt open systemen. Dit zijn de systeemcodes 20 tot en met 29. Iedere EAN-organisatie kan per systeemcode uit deze reeks nationale toepassingen definiëren. Voorbeelden van deze toepassingen zijn: het coderen van artikelen met een variabel gewicht of maat, het coderen van klantkaarten en het intern coderen van artikelen die niet door de bron zijn gecodeerd.

Logistieke eenheid
Elke verzameling goederen die niet vast is verbonden aan andere goederen en die door de gehele logistieke keten afzonderlijk tussen afzender en ontvanger te volgen is. Dit kunnen bijvoorbeeld dozen, pallets of containers zijn. Een logistieke eenheid kan bestaan uit verschillende handelseenheden.

Omnidirectioneel
Een barcodesymbool is omnidirectioneel als het in alle richtingen kan worden gelezen.

Scanner
Scanners zijn optische apparaten.

Streepjescode
Een barcode (ofwel streepjescode) is een voor scanners optisch leesbare code, waarbij cijfers en letters worden voorgesteld door een patroon van lichte en donkere verticale strepen.

Truncatie
Verkleining van een barcode waarbij de breedte normaal is gelaten, maar de hoogte is gereduceerd. Hierdoor is een barcode niet meer vanuit alle standen, richtingen en posities te scannen, wat problemen kan geven bij bijvoorbeeld kassascanning.

UPC-artikelcode
De afkorting UPC staat voor Uniform Product Code: de standaard voor automatische identificatie die door de Uniform Code Council (UCC) wordt beheerd. Binnen de Verenigde Staten en Canada is de 12-cijferige UPC-artikelcode het meest geaccepteerd. Na 2005 zal ook de EAN-artikelcode geaccepteerd worden. Tot die tijd kunnen bedrijven in Noord-Amerika zich in een overgangssituatie bevinden: zij moeten hun databases aanpassen zodat hun computersystemen ook 13-cijferige codes kunnen verwerken. UPC-codes zijn buiten Noord-Amerika uitstekend te scannen.

Wichtartikelen
Voorverpakte consumenteenheden met een variabel gewicht waarvan de verkoopprijs afhankelijk is van het verkochte gewicht. Denk bijvoorbeeld aan een stukje kaas, een pakje vlees, een zakje schroefjes, een blister vis. Wichtartikelen worden doorgaans van een in-store code voorzien.

XML (eXtensible Markup Language)
Dit is een nieuwe opmaaktaal waarin berichten via Internet verstuurd kunnen worden. De afkorting staat voor eXtensible Markup Language. Net als HTML is het een subset van SGML (Standard Generalixed Markup Language). Bij XML kunnen opmaakinstructies worden toegesneden op de applicatie en kan de datalaag (de gegevens) worden gescheiden van de presentatielaag (voor de mens leesbare opmaak).